Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Nu confronteert Jonas Staal hem in een arena die hij best kent: de culturele instelling. 'Ja. Culturele instellingen worden geconfronteerd met een keuze: presenteren we alleen kunst, of presenteren we kunst die voorstaat de wereld te herscheppen? Ik denk dat het belangrijk voor ons is te begrijpen hoe 21e-eeuws ultranationalisme en de internationale alt-right opereren en welke beeldtaal en infrastructuren zij gebruiken om hun alternatieve werkelijkheid te construeren. En niet alleen om dat te begrijpen, maar ook om dat tegen te werken. Nu zijn Marina en ik aan het woord. Wij proberen middels Bannon een verhaal te vertellen over het belang van hedendaagse propaganda en propagandakunst. Het analyseren van Bannons dominante narratieven en hun impact op onze huidige wereld is een manier om te begrijpen hoe daar tegenwicht tegen te bieden en vervolgens alternatieve narratieven te ontwikkelen."

Staal heeft eerder het werk van ultranationalistische propagandakunstenaars van repliek gediend, geapproprieerd en ondermijnd. Zo zijn er de Geert Wilders Works, de Freethinkers’ Space en Closed Architecture, alle gebaseeerd op het werk van Nederlandse politici aan de rechterflank. Destijds kwam hem dat op flinke kritiek vanuit de kunstwereld te staan. In de inleiding van proefschrift blikt hij daarop terug:

'Het idee dat kunst buiten de politiek moet staan om kunst te zijn is precies wat heeft geleid tot niet alleen haar machteloosheid, maar ook haar cynisme en verwoestende neoliberale nihilisme. Ook al vertrouwt het ultranationalisme sterk op culturele mythologie en visuele representatie om haar kernnarratieven te naar voren te brengen, wij als kunstenaars zouden ons op een of andere manier op afstand moeten houden zodat ons werk kunst blijft, terwijl onze artistieke bekwaamheden onder onze neus worden weggekaapt. Dit was de fundamentele tegenstelling waarmee engageerde Nederlandse kunstenaars in de vroege 21e eeuw werden geconfronteerd. Onze politici veranderden gaanderwijs in dubieuze kunstenaars en obscure acteurs – filmmakers zelfs – maar wij, als kunstenaars, werden niet geacht in te grijpen uit belang voor de zogenaamde puurheid van de kunst."

"Het werd mij steeds meer duidelijk dat precies dit narratief de propaganda was die op het spel stond. Propagandakunst was niet het probleem; het probleem was de propaganda tégen propagandakunst. De constructie van de werkelijkheid diende te worden overgelaten aan de volwassenen. Kunstenaars moesten mooi zijn en hun mond houden, zoals samengevat in het beroemde dictum Sois belle et tais-toi."

De moord op cineast Theo van Gogh leidde tot een houding en methodologie die Staal sindsdien heeft ontwikkeld: 'Is de verbeelding van kunst, onze capaciteit tot het anders denken, voorstellen, componeren, choreograferen en construeren van de wereld niet van cruciaal belang voor de weerstand tegen de constructie van een ultranationalistische sociale werkelijkheid? En moet het niet onze taak zijn als kunstenaars, als zij die zijn getraind en gespecialiseerd in representatie, om onze krachten te voegen bij hen die een andere conceptie van de samenleving hebben: een samenleving niet verdeeld door etnische of klassenstrijd, maar samengesteld middels een gedeelde verbeelding van gelijkwaardigheid? Bijdragen aan een uitdagende verbeelding van een andere wereld, een wereld net zo echt als we ons kunnen inbeelden – dat is wat voor mij begon uit te kristalliseren als de heldere artistieke taak die voor mij lag. Er was het lichaam van een vermoorde kunstenaar voor nodig om me te doen realiseren dat deze woorden dienden te worden geuit: Ik ben een propagandakunstenaar".

Een uitdagende verbeelding van een andere wereld. Het volksparlement in Rojava is hiervan een trots voorbeeld. 'De cirkelvorm benadrukt een gemeenschappelijk politiek, de pilaren eromheen vermelden sleutelwoorden uit het Sociale Contract en het dak bestaat uit fragmenten van de vlaggen van lokale politieke en sociale organisaties. Als zodanig is het parlement zowel een ruimtelijk manifest van de Rojava revolutie als een daadwerkelijke ruimte waarin de idealen ervan dagelijks in de praktijk worden gebracht.

In de culturele instellingen van dit land deconstrueert hij niet alleen paranoïde en destructieve propagandakunst zoals die van Steven Bannon, zoals hij hier doet in Het Nieuwe Instituut. Elders creëert hij ook het radicaal tegenovergestelde. Recentelijk opende de tentoonstelling Museum as Parliament in het Van Abbe Museum: een vertaling van het Rojavaanse volksparlement naar de Studio in Eindhoven: 'Het parlement brengt kunst en politiek samen om de Studio van het museum te transformeren in een nieuwe democratische ruimte. Gezien de crises waarmee de huidige westerse democratieën worden geconfronteerd, biedt dit de mogelijkheid middels kunst nieuwe democratiemodellen te verbeelden en in de praktijk te brengen.'

"Al te vaak doet de geschiedenis ons geloven dat propaganda uitsluitend uit dictaturen voortkomt", zegt Staal. Hij probeert dit narratief te doorbreken. 'Elk machtssysteem produceert zijn eigen propaganda. Of het goed of slecht is hangt af van het soort macht waarmee we te maken hebben. Ik ben geïnteresseerd geraakt in de volgende vraag: Bestaat er zoiets als emancipatorische propagandakunst? Dat is waar ik aan probeer bij te dragen: bewegingen die werken aan een nieuwe gemeenschappelijkheid over en voorbij vastgelegde grenzen. Ik geloof in het potentieel van niet slechts één, maar van vele propaganda's.'